Invoering van het UBO-register in 2020

14-12-2019

Deze week heeft de Tweede Kamer de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten (UBO-register) aangenomen. De invoering van het UBO-register komt voort uit een Europese richtlijn en geldt voor alle lidstaten. Het Nederlandse register moet uiterlijk 10 januari 2020 operationeel zijn.

Ultimate Beneficial Owners
Een UBO is een natuurlijk persoon die uiteindelijke eigendom of zeggenschap in de entiteit heeft. Er is sprake van een UBO als een natuurlijk persoon een direct- of indirect eigendoms- of zeggenschapsbelang heeft van meer dan 25%. Van elke entiteit moet een UBO worden geregistreerd.

Entiteiten
De UBO-registratieplicht in Nederland geldt alleen voor naar Nederlands recht opgerichte entiteiten. Voor buitenlandse ondernemingen en rechtspersonen geldt in Nederland geen UBO-registratieplicht. Voor entiteiten die zijn opgericht in een andere EU-lidstaat geldt dat die in het UBO-register van de desbetreffende lidstaat kunnen worden opgenomen. De registratieplicht gaat onder meer voor de volgende entiteiten gelden:

  • BV en NV
  • stichting, vereniging en coöperatie, en
  • maatschap, vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap

Een open fonds voor gemene rekening wordt aangemerkt als een trust. Voor trusts zal een apart register worden ingevoerd. Een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) heeft geen UBO; de enige begunstigde is het algemeen nuttige doel. De bestuursleden moeten desalniettemin in het UBO-register worden opgenomen. In het register zal worden vermeld dat de bestuurders geen ‘eigenaar’ zijn van het vermogen van de ANBI.

Openbare gegevens UBO register
Het UBO-register zal voor iedereen te raadplegen zijn. Daarbij zijn de volgende gegevens voor iedereen toegankelijk:

  • naam
  • geboortemaand- en jaar
  • nationaliteit
  • woonstaat
  • aard en omvang van het belang (geen bedragen, enkel bandbreedtes)

Naast de openbare gegevens worden aanvullende gegevens geregistreerd. Deze gegevens zijn toegankelijk voor de bevoegde autoriteiten. Er wordt onderzocht of instellingen die een meldingsplicht hebben op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) ook toegang moeten krijgen tot deze niet-openbare gegevens. Het gaat dan om bijvoorbeeld advocaten, notarissen, financiële instellingen en belastingadviseurs. Deze groep heeft ook de verplichting om geconstateerde inconsistenties in het register te melden.

Privacybeschermende maatregelen
Ter bescherming van de privacy van de geregistreerde UBO zijn er een aantal maatregelen genomen. Ten eerste moeten raadplegers van het register zich identificeren, registreren en een vergoeding betalen om toegang te krijgen tot de gegevens. Daarnaast krijgt de UBO inzicht in de mate waarin de informatie wordt geraadpleegd. Dit geldt niet voor de raadplegingen door de bevoegde autoriteiten. De UBO kan een verzoek indienen om zijn of haar gegevens af te schermen. Dit verzoek wordt alleen ingewilligd als de UBO minderjarig is, handelingsonbekwaam is of als de UBO van overheidswege beveiliging krijgt en daarvoor op een specifieke lijst staat vermeld. Tot slot kan net als in het handelsregister alleen worden gezocht op de naam van de rechtspersoon en niet op de naam van de UBO.

Implementatie
Het UBO-register moet vanaf 10 januari 2020 zijn ingevoerd. Vanaf die datum krijgen bestaande entiteiten 18 maanden de tijd om aan de registratieplicht te voldoen. Nieuwe entiteiten moeten direct bij oprichting de UBO registreren. Zolang er geen UBO is geregistreerd, kan de entiteit niet worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Indien u vragen heeft over de invoering van het UBO-register, dan staan wij u uiteraard graag te woord.

Internetconsultatie Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

11-11-2019

De Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) is ingevoerd als vervanging van de oude VAR-verklaring. De soap met de modelovereenkomsten die daarop volgde, verdiende niet de schoonheidsprijs. Eind 2017 is in het Regeerakkoord afgesproken dat de Wet DBA zal worden vervangen door nieuwe wetgeving. Dit zal naar verwachting met ingang van 1 januari 2021 worden geëffectueerd. De regering heeft daartoe recentelijk twee voorgestelde maatregelen in internetconsultatie gebracht. Belanghebbenden kunnen tot 9 december a.s. op de plannen reageren. De belangrijkste maatregelen lichten wij hieronder toe.

Minimumtarief zelfstandigen
De eerder voorgestelde maatregel, de verplichte arbeidsovereenkomst bij een laag tarief, blijkt Europeesrechtelijk niet haalbaar. Voor zowel zelfstandigen zonder personeel met zakelijke opdrachtgevers als met particuliere opdrachtgevers gaat een minimumtarief van € 16 per uur gelden. Dat tarief gaat gelden voor de uren die aan een opdracht worden besteed en is exclusief directe kosten. Indien achteraf blijkt dat meer directe kosten en/of uren zijn gemaakt waardoor het tarief onder het minimumtarief zou uitkomen, dan is de zakelijke opdrachtgever verplicht bij te betalen. Het minimumtarief van € 16 per uur moet voorkomen dat zelfstandigen voor een tarief werken waar ze niet van kunnen leven of waarmee ze onvoldoende verdienen om zich te verzekeren of om te sparen voor slechtere tijden.

Zelfstandigenverklaring
Zelfstandigen zonder personeel met een tarief boven de € 75 per uur kunnen, onder bepaalde voorwaarden, kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Daarmee kan vooraf zekerheid worden verkregen van vrijwaring van inhouding van loonheffingen en van de werkgeversverplichtingen, waaronder het toekennen van pensioenrechten, die bij een arbeidsovereenkomst horen; ook als achteraf blijkt dat toch sprake was van een dienstbetrekking. De voorwaarden waaraan moet worden voldaan om gebruik te kunnen maken van de zelfstandigenverklaring zijn:

  • in de overeenkomst is opgenomen dat partijen de bedoeling hebben dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van een arbeidsovereenkomst;
  • de arbeidsbeloning bedraagt tenminste € 75 per uur (prijspeil 2019) en wordt tijdig betaald;
  • de werkzaamheden worden niet langer aangegaan dan voor een periode van ten hoogste één jaar;
  • de opdrachtnemer dient bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan;
  • de opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden voor aanvang van de werkzaamheden de zelfstandigenverklaring;

Voorts dienen partijen aan een aantal administratieve voorwaarden te voldoen.

De invoering van de zelfstandigenverklaring doet denken aan het herleven van de voormalige VAR-verklaring.

Heeft u vragen over deze voorstellen? Neemt u dan gerust contact met ons op.

Optimaal benutten investeringsaftrek 2019

06-11-2019

Een aandachtspunt voor de laatste twee maanden van dit jaar is de investeringsaftrek. Op basis van deze regeling kan een extra aftrekpost worden geclaimd, indien er wordt geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel.

Tabel 2019 (bedragen in EUR)

InvesteringsbedragExtra investeringsaftrek
– 2.300
2.300 – 57.32128%
57.321 – 106.150€ 16,051
106.150 – 318.449€ 16.051 -/- 7,56% van investeringen boven 106.150
318.449 –


Voorbeeld

  • Dit jaar is reeds € 2.000 (exclusief btw) geïnvesteerd.
  • Een extra investering van € 450 (exclusief btw) leidt tot een extra aftrekpost van € 686 (28% van € 2.450).
  • En aangezien het bedrijfsmiddel zelf kan worden afgeschreven, levert de extra investering van € 450 (over de totale afschrijvingsperiode bezien) een extra aftrekpost op van € 1.136 (€ 450 + € 686).

Indien u overweegt om een voor uw onderneming nuttige investering te doen en de drempel van EUR 2.300 voor dit jaar is nog niet behaald, dan adviseren wij u om vóór het jaareinde deze extra investering te doen.

Indien u vragen heeft over de (tijdige) toepassing van de investeringsaftrek, dan staan wij u uiteraard graag te woord.

Belastingplan 2020: 8. Overige maatregelen

18-09-2019

Openbaarmaking boete adviseur

De inspecteur krijgt de mogelijkheid om een boete die is opgelegd aan een ‘adviseur’ wegens het meewerken aan belastingontduiking of toeslagfraude, te publiceren op www.belastingdienst.nl. Het gaat om vergrijpboeten opgelegd aan (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden bij de ontduiking of fraude. Tegen het besluit tot openbaarmaking is bezwaar mogelijk. Het doel is dat inzicht wordt gegeven in het soort vergrijp van de ‘adviseur’, hoe hoog de boete is, waar en wanneer de overtreding is begaan en wanneer de boete is opgelegd.

Boetevrije inkeer aangepast

Op grond van de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen die inkomen of vermogen hebben verzwegen de hoogte van een bestuurlijke boete beperken. De uitsluiting van de inkeerregeling wordt langs twee lijnen uitgebreid, namelijk met:

  1. box 2-inkomen; en
  2. inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen.

Het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnenland is opgekomen wordt hiermee weggenomen.

Communicatie: elektronisch of per post

Elke belastingplichtige krijgt de mogelijkheid om te kiezen tussen elektronische of papieren toezending van berichten van de Belastingdienst. Die keuze kan op elk gewenst moment worden herzien en geldt voor alle berichtgeving op het gebied van de belastingheffing, de belastinginning en het toeslagendomein (dus niet per onderdeel). Als een belastingplichtige geen keuze maakt, wordt een standaardwaarde ingesteld: de optie die voor de belastingplichtige het meest passend lijkt. De belastingplichtige kan de standaardwaarde wijzigen door alsnog een keuze te maken. Dit voorstel treedt pas in werking als de systemen gereed zijn.

Andere fiscale wijzigingen 2020 – 2023

Naast de wijzigingen zoals genoemd in het Belastingplan 2020 heeft het kabinet in de afgelopen maanden andere fiscale wijzigingen voorgesteld:

  • met ingang van 1 januari 2020 wordt het tarief waartegen de aftrekposten in box 1 (hypotheekrenteaftrek, ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling, terbeschikkingstellingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrekposten) in aftrek kunnen worden gebracht, verlaagd van 50,5% naar uiteindelijk 37,05% in 2023;
  • het tarief van box 2 (aanmerkelijk belang) wordt verhoogd van 25% in 2019 naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021;
  • de aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld (‘Wet Hillen’) wordt vanaf 2019 in 30 jaar afgebouwd (3,33% per jaar);
  • zoals wij eerder hebben bericht, buigt het kabinet zich over een wetsvoorstel dat excessief lenen bij de eigen BV moet tegen gaan. Als er meer dan EUR 500.000 wordt geleend bij de eigen BV, dan dient een fictief voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking te worden genomen. Dit najaar zal het definitieve wetsvoorstel bekend worden gemaakt. Het is de verwachting dat de maatregel in 2022 inwerking zal treden;
  • begin deze maand heeft het kabinet plannen voor aanpassing van de belastingheffing in box 3 bekend gemaakt. Het doel is om de box 3-heffing beter te laten aansluiten bij de werkelijk behaalde rendementen. In het voorstel wordt gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Het wetsvoorstel wordt voor de zomer van 2020 bekend gemaakt en zal naar verwachting per 1 januari 2022 in werking treden;
  • in Europeesrechtelijke zin is het Nederlandse regime van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting ‘gekraakt’ (per-elementbenadering). Het kabinet bereidt dan ook een nieuwe fiscale groepsregeling voor;
  • de regeling van de fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Het systeem zal in lijn worden gebracht met het huidige systeem voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De bijtelling wordt gesteld op 7% van de waarde van de fiets;
  • de kleineondernemersregeling die geldt voor de btw, wijzigt per 1 januari 2020. Indien de omzet in een kalenderjaar (in Nederland) lager is dan EUR 20.000, dan kan er worden gekozen voor een btw-vrijstelling. De keuze geldt voor een periode van minimaal 3 jaar. Anders dan onder de huidige regeling kunnen ook rechtspersonen van de nieuwe regeling gebruik maken. Een btw-vrijstelling brengt met zich mee dat de btw op kosten (voorbelasting) niet kan worden teruggevraagd. De overgang van het verrichten van met btw belaste prestaties naar de btw-vrijstelling kan leiden tot de verschuldigdheid van herzienings-btw. Om per 1 januari 2020 gebruik te kunnen maken van de btw-vrijstelling, dient men zich uiterlijk 20 november 2019 hiervoor aan te melden bij de Belastingdienst.

Belastingplan 2020: 7. (Vermogende) particulieren

18-09-2019

Lastenverlichting burgers

Het kabinet wil een lastenverlichting voor burgers doorvoeren. Het wetsvoorstel Belastingplan 2020 bevat diverse maatregelen die de inkomstenbelasting verlagen en (meer) werken nog lonender maken. Het gaat onder meer om de versnelde invoering van het tweeschijvenstelsel. De invoering die aanvankelijk in 2021 zou plaatsvinden, wordt al in 2020 gerealiseerd, met voor 2020 een basistarief van 37,35% en een toptarief van 49,5%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. De verhoging van de algemene heffingskorting pakt positief uit voor lagere inkomens.

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die aan het begin van 2020 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen in beginsel qua effect twee schijven verwachten.

Box 1-tarief 2020

Bel.ink. meer dan (€)

maar niet meer dan (€)

Tarief 2020 (%)

Schijf laag tarief

68.507

37,35%

Schijf hoog tarief

68.507

49,5%

Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, geldt een andere tariefstructuur.

Gewijzigde heffingskortingen

Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals voorgesteld (of vermeld) in (de Memorie van toelichting van) het Belastingplan 2020 of vermeld in de memo. Voor AOW-gerechtigden gelden in beginsel lagere maxima.

Heffingskortingen

2019 (€)

2020 (€)

Algemene heffingskorting maximaal (< AOW-leeftijd)

2.477

2.711

Arbeidskorting max.

3.399

3.595

Inkomensafhankelijke combinatiekorting max.

2.835

2.881

Jonggehandicaptenkorting

737

749

Overgangsrecht saldolijfrenten

Op grond van oud overgangsrecht (2001) vindt belastingheffing over oude lijfrente-uitkeringen pas plaats nadat de uitkeringen de niet in aftrek gebrachte inleg overtreffen. Deze regeling zou eindigen per 1 januari 2021, waarbij een afrekenverplichting ontstond bij de overgang van de polis van box 1 naar box 3. Er zou in één keer belasting moeten worden betaald over de poliswaarde minus de niet in aftrek gebrachte inleg. Voorgesteld is de regeling na 1 januari 2021 voort te laten bestaan zonder afrekenverplichting. Dit geldt ook voor bepaalde buitenlandse pensioenen.

Belastingrente erfbelasting

Er wordt geen belastingrente berekend als voor de eerste dag van de negende maand na een overlijden een aangifte erfbelasting wordt ingediend of een verzoek om een voorlopige aanslag wordt gedaan, en de aanslag overeenkomstig de aangifte of het verzoek wordt opgelegd. Voorgesteld is om deze regeling ook toe te passen in situaties waarin de aangiftetermijn niet aanvangt op de dag van het overlijden, bijvoorbeeld als er vanwege een zwangerschap onzekerheid bestaat over de persoon van de erfgenaam. De aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag moet dan binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt, zijn ingediend.