Internet consultation on future legislation regarding the Deregulation Employment Relationship Assessment Act (DBA)

11-11-2019

The so-called Deregulation Employment Relationship Assessment Act (DBA) has been introduced as a replacement for the old VAR declaration (Declaration of Independent Contractor Status). The soap opera with the model agreements that followed, did not deserve the beauty prize. At the end of 2017, it was agreed in the coalition agreement that the DBA Act would be replaced by new legislation. This is expected to be implemented with effect from 1 January 2021. To this end, the government has recently introduced two proposed measures in internet consultations. Stakeholders can respond to the plans until 9 December next. The most important measures are explained below.

Minimum rate for the self-employed
The previously proposed measure, the compulsory employment contract at a low rate, does not appear to be feasible under European law. A minimum rate of € 16 per hour will apply to both self-employed persons without personnel with business clients and private clients. This rate will apply to the hours spent on an assignment and is exclusive of direct costs. If it turns out afterwards that more direct costs and/or hours have been incurred, as a result of which the rate would be below the minimum rate, then the business client will be obliged to pay an additional fee. The minimum rate of € 16 per hour is intended to prevent the self-employed from working for a rate they cannot afford or with which they do not earn enough to insure themselves or to save for bad times.

Self-employed persons declaration
Self-employed persons without personnel with a rate above € 75 per hour can, under certain conditions, opt for a self-employed person’s declaration. This can be used to obtain assurance in advance that payroll taxes will not be withheld and employer’s obligations, including pension rights, which are part of an employment contract, will not have be granted, even if it turns out afterwards that the employee was in fact employed. The conditions that must be met in order to be able to make use of the self-employed person’s declaration are:

  • the agreement states that the parties have the intention that the conditions of an employment contract will not be met;
  • the employment remuneration amounts to at least € 75 per hour (price level 2019) and is paid on time;
  • the activities are not entered into for longer than a period of no more than one year;
  • the contractor must be registered with the Chamber of Commerce;
  • the employer and the contractor both sign the declaration of self-employment prior to commencement of the work;

In addition, the parties must comply with a number of administrative conditions.

The introduction of the self-employed persons’ declaration is reminiscent of the revival of the former VAR declaration; in our opinion an important step in the right direction.

Do you have any questions about these proposals? Please feel free to contact us.

Optimal use of investment deduction 2019

06-11-2019

A point of attention for the last two months of this year is the investment deduction. On the basis of this scheme, an additional deduction can be claimed if an investment is made in an asset.

Table 2019 (amounts in EUR)

Investment amountAdditional investment deduction
– 2,300
2,300 – 57,32128%
57,321 – 106,15016,051
106,150 – 318,44916,051 -/- 7.56% of investment above € 106,150
318,449 –

Example

  • This year € 2,000 (excluding VAT) has already been invested.
  • An extra investment of € 450 (excluding VAT) leads to an extra deduction of € 686 (28% of € 2,450).
  • And since the asset itself can be depreciated, the extra investment of € 450 (over the total depreciation period) results in an additional deduction of € 1,136 (€ 450 + € 686).

If you are considering making a useful investment for your company and the threshold of EUR 2,300 for this year has not yet been reached, we advise you to make this extra investment before the end of the year.

If you have any questions about the (timely) application of the investment deduction, we will of course be happy to assist you.

Belastingplan 2020: 8. Overige maatregelen

18-09-2019

Openbaarmaking boete adviseur

De inspecteur krijgt de mogelijkheid om een boete die is opgelegd aan een ‘adviseur’ wegens het meewerken aan belastingontduiking of toeslagfraude, te publiceren op www.belastingdienst.nl. Het gaat om vergrijpboeten opgelegd aan (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden bij de ontduiking of fraude. Tegen het besluit tot openbaarmaking is bezwaar mogelijk. Het doel is dat inzicht wordt gegeven in het soort vergrijp van de ‘adviseur’, hoe hoog de boete is, waar en wanneer de overtreding is begaan en wanneer de boete is opgelegd.

Boetevrije inkeer aangepast

Op grond van de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen die inkomen of vermogen hebben verzwegen de hoogte van een bestuurlijke boete beperken. De uitsluiting van de inkeerregeling wordt langs twee lijnen uitgebreid, namelijk met:

  1. box 2-inkomen; en
  2. inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen.

Het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnenland is opgekomen wordt hiermee weggenomen.

Communicatie: elektronisch of per post

Elke belastingplichtige krijgt de mogelijkheid om te kiezen tussen elektronische of papieren toezending van berichten van de Belastingdienst. Die keuze kan op elk gewenst moment worden herzien en geldt voor alle berichtgeving op het gebied van de belastingheffing, de belastinginning en het toeslagendomein (dus niet per onderdeel). Als een belastingplichtige geen keuze maakt, wordt een standaardwaarde ingesteld: de optie die voor de belastingplichtige het meest passend lijkt. De belastingplichtige kan de standaardwaarde wijzigen door alsnog een keuze te maken. Dit voorstel treedt pas in werking als de systemen gereed zijn.

Andere fiscale wijzigingen 2020 – 2023

Naast de wijzigingen zoals genoemd in het Belastingplan 2020 heeft het kabinet in de afgelopen maanden andere fiscale wijzigingen voorgesteld:

  • met ingang van 1 januari 2020 wordt het tarief waartegen de aftrekposten in box 1 (hypotheekrenteaftrek, ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling, terbeschikkingstellingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrekposten) in aftrek kunnen worden gebracht, verlaagd van 50,5% naar uiteindelijk 37,05% in 2023;
  • het tarief van box 2 (aanmerkelijk belang) wordt verhoogd van 25% in 2019 naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021;
  • de aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld (‘Wet Hillen’) wordt vanaf 2019 in 30 jaar afgebouwd (3,33% per jaar);
  • zoals wij eerder hebben bericht, buigt het kabinet zich over een wetsvoorstel dat excessief lenen bij de eigen BV moet tegen gaan. Als er meer dan EUR 500.000 wordt geleend bij de eigen BV, dan dient een fictief voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking te worden genomen. Dit najaar zal het definitieve wetsvoorstel bekend worden gemaakt. Het is de verwachting dat de maatregel in 2022 inwerking zal treden;
  • begin deze maand heeft het kabinet plannen voor aanpassing van de belastingheffing in box 3 bekend gemaakt. Het doel is om de box 3-heffing beter te laten aansluiten bij de werkelijk behaalde rendementen. In het voorstel wordt gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Het wetsvoorstel wordt voor de zomer van 2020 bekend gemaakt en zal naar verwachting per 1 januari 2022 in werking treden;
  • in Europeesrechtelijke zin is het Nederlandse regime van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting ‘gekraakt’ (per-elementbenadering). Het kabinet bereidt dan ook een nieuwe fiscale groepsregeling voor;
  • de regeling van de fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Het systeem zal in lijn worden gebracht met het huidige systeem voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De bijtelling wordt gesteld op 7% van de waarde van de fiets;
  • de kleineondernemersregeling die geldt voor de btw, wijzigt per 1 januari 2020. Indien de omzet in een kalenderjaar (in Nederland) lager is dan EUR 20.000, dan kan er worden gekozen voor een btw-vrijstelling. De keuze geldt voor een periode van minimaal 3 jaar. Anders dan onder de huidige regeling kunnen ook rechtspersonen van de nieuwe regeling gebruik maken. Een btw-vrijstelling brengt met zich mee dat de btw op kosten (voorbelasting) niet kan worden teruggevraagd. De overgang van het verrichten van met btw belaste prestaties naar de btw-vrijstelling kan leiden tot de verschuldigdheid van herzienings-btw. Om per 1 januari 2020 gebruik te kunnen maken van de btw-vrijstelling, dient men zich uiterlijk 20 november 2019 hiervoor aan te melden bij de Belastingdienst.

Belastingplan 2020: 7. (Vermogende) particulieren

18-09-2019

Lastenverlichting burgers

Het kabinet wil een lastenverlichting voor burgers doorvoeren. Het wetsvoorstel Belastingplan 2020 bevat diverse maatregelen die de inkomstenbelasting verlagen en (meer) werken nog lonender maken. Het gaat onder meer om de versnelde invoering van het tweeschijvenstelsel. De invoering die aanvankelijk in 2021 zou plaatsvinden, wordt al in 2020 gerealiseerd, met voor 2020 een basistarief van 37,35% en een toptarief van 49,5%. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. De verhoging van de algemene heffingskorting pakt positief uit voor lagere inkomens.

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen die aan het begin van 2020 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, kunnen in beginsel qua effect twee schijven verwachten.

Box 1-tarief 2020

Bel.ink. meer dan (€)

maar niet meer dan (€)

Tarief 2020 (%)

Schijf laag tarief

68.507

37,35%

Schijf hoog tarief

68.507

49,5%

Deze percentages zijn dus inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, geldt een andere tariefstructuur.

Gewijzigde heffingskortingen

Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals voorgesteld (of vermeld) in (de Memorie van toelichting van) het Belastingplan 2020 of vermeld in de memo. Voor AOW-gerechtigden gelden in beginsel lagere maxima.

Heffingskortingen

2019 (€)

2020 (€)

Algemene heffingskorting maximaal (< AOW-leeftijd)

2.477

2.711

Arbeidskorting max.

3.399

3.595

Inkomensafhankelijke combinatiekorting max.

2.835

2.881

Jonggehandicaptenkorting

737

749

Overgangsrecht saldolijfrenten

Op grond van oud overgangsrecht (2001) vindt belastingheffing over oude lijfrente-uitkeringen pas plaats nadat de uitkeringen de niet in aftrek gebrachte inleg overtreffen. Deze regeling zou eindigen per 1 januari 2021, waarbij een afrekenverplichting ontstond bij de overgang van de polis van box 1 naar box 3. Er zou in één keer belasting moeten worden betaald over de poliswaarde minus de niet in aftrek gebrachte inleg. Voorgesteld is de regeling na 1 januari 2021 voort te laten bestaan zonder afrekenverplichting. Dit geldt ook voor bepaalde buitenlandse pensioenen.

Belastingrente erfbelasting

Er wordt geen belastingrente berekend als voor de eerste dag van de negende maand na een overlijden een aangifte erfbelasting wordt ingediend of een verzoek om een voorlopige aanslag wordt gedaan, en de aanslag overeenkomstig de aangifte of het verzoek wordt opgelegd. Voorgesteld is om deze regeling ook toe te passen in situaties waarin de aangiftetermijn niet aanvangt op de dag van het overlijden, bijvoorbeeld als er vanwege een zwangerschap onzekerheid bestaat over de persoon van de erfgenaam. De aangifte of het verzoek om een voorlopige aanslag moet dan binnen de aangiftetermijn die in de betreffende situatie geldt, zijn ingediend.

Belastingplan 2020: 6. Auto en mobiliteit

18-09-2019

Bijtelling emissievrije auto’s

In het Klimaatakkoord is een maatregel opgenomen om de bijtelling voor het privégebruik van een elektrische auto van de zaak te verhogen. Per 1 januari 2020 stijgt de fiscale bijtelling voor elektrische auto’s naar 8% (was 4%) over de cataloguswaarde tot € 45.000 (was € 50.000). Daarboven geldt de gewone bijtelling van 22%. In 2021 bedraagt de bijtelling 12% over de eerste € 40.000. De gewone bijtelling blijft 22% bedragen. In de jaren na 2021 stijgt de bijtelling over de eerste € 40.000 totdat vanaf 2026 geen verschil meer wordt gemaakt tussen elektrische en gewone auto’s van de zaak.

Verlenging vrijstelling BPM en MRB elektrische auto’s

Tot 1 januari 2021 geldt een vrijstelling van BPM voor auto’s met een CO2-uitstoot van nihil. Het voorstel is om deze vrijstelling te verlengen tot en met 2024. In 2025 zal het reguliere tarief met de vaste voet van € 360 gaan gelden voor emissieloze auto’s.

Voorgesteld wordt om ook de vrijstelling van de MRB voor de hierboven genoemde auto’s tot en met 2024 te verlengen. In 2025 zal men voor emissieloze auto’s 25% van (het rijksdeel van) de MRB betalen. Vanaf 2026 is de vrijstelling MRB niet meer van toepassing. Voor personenauto’s met een CO2-uitstoot tot 50 gram geldt tot en met 2024 een 50% korting op het reguliere tarief MRB. In 2025 geldt een driekwarttarief. Vanaf 2026 geldt het reguliere tarief.

De huidige correctiefactor voor de massa van Plug-in Hybride elektrische bestelauto’s (PHEV) wordt verlengd tot en met 2025. Deze correctiefactor bestaat vanwege het zwaardere gewicht van de PHEV.