Belastingplan 2020: 8. Overige maatregelen

18-09-2019

Openbaarmaking boete adviseur

De inspecteur krijgt de mogelijkheid om een boete die is opgelegd aan een ‘adviseur’ wegens het meewerken aan belastingontduiking of toeslagfraude, te publiceren op www.belastingdienst.nl. Het gaat om vergrijpboeten opgelegd aan (rechts)personen die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden bij de ontduiking of fraude. Tegen het besluit tot openbaarmaking is bezwaar mogelijk. Het doel is dat inzicht wordt gegeven in het soort vergrijp van de ‘adviseur’, hoe hoog de boete is, waar en wanneer de overtreding is begaan en wanneer de boete is opgelegd.

Boetevrije inkeer aangepast

Op grond van de inkeerregeling kunnen belastingplichtigen die inkomen of vermogen hebben verzwegen de hoogte van een bestuurlijke boete beperken. De uitsluiting van de inkeerregeling wordt langs twee lijnen uitgebreid, namelijk met:

  1. box 2-inkomen; en
  2. inkomen uit sparen en beleggen dat in het binnenland is opgekomen.

Het onderscheid tussen inkomen dat in het buitenland is opgekomen en inkomen dat in het binnenland is opgekomen wordt hiermee weggenomen.

Communicatie: elektronisch of per post

Elke belastingplichtige krijgt de mogelijkheid om te kiezen tussen elektronische of papieren toezending van berichten van de Belastingdienst. Die keuze kan op elk gewenst moment worden herzien en geldt voor alle berichtgeving op het gebied van de belastingheffing, de belastinginning en het toeslagendomein (dus niet per onderdeel). Als een belastingplichtige geen keuze maakt, wordt een standaardwaarde ingesteld: de optie die voor de belastingplichtige het meest passend lijkt. De belastingplichtige kan de standaardwaarde wijzigen door alsnog een keuze te maken. Dit voorstel treedt pas in werking als de systemen gereed zijn.

Andere fiscale wijzigingen 2020 – 2023

Naast de wijzigingen zoals genoemd in het Belastingplan 2020 heeft het kabinet in de afgelopen maanden andere fiscale wijzigingen voorgesteld:

  • met ingang van 1 januari 2020 wordt het tarief waartegen de aftrekposten in box 1 (hypotheekrenteaftrek, ondernemersaftrek, mkb-winstvrijstelling, terbeschikkingstellingsvrijstelling en de persoonsgebonden aftrekposten) in aftrek kunnen worden gebracht, verlaagd van 50,5% naar uiteindelijk 37,05% in 2023;
  • het tarief van box 2 (aanmerkelijk belang) wordt verhoogd van 25% in 2019 naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021;
  • de aftrek wegens geen of een geringe eigenwoningschuld (‘Wet Hillen’) wordt vanaf 2019 in 30 jaar afgebouwd (3,33% per jaar);
  • zoals wij eerder hebben bericht, buigt het kabinet zich over een wetsvoorstel dat excessief lenen bij de eigen BV moet tegen gaan. Als er meer dan EUR 500.000 wordt geleend bij de eigen BV, dan dient een fictief voordeel uit aanmerkelijk belang in aanmerking te worden genomen. Dit najaar zal het definitieve wetsvoorstel bekend worden gemaakt. Het is de verwachting dat de maatregel in 2022 inwerking zal treden;
  • begin deze maand heeft het kabinet plannen voor aanpassing van de belastingheffing in box 3 bekend gemaakt. Het doel is om de box 3-heffing beter te laten aansluiten bij de werkelijk behaalde rendementen. In het voorstel wordt gerekend met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Het wetsvoorstel wordt voor de zomer van 2020 bekend gemaakt en zal naar verwachting per 1 januari 2022 in werking treden;
  • in Europeesrechtelijke zin is het Nederlandse regime van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting ‘gekraakt’ (per-elementbenadering). Het kabinet bereidt dan ook een nieuwe fiscale groepsregeling voor;
  • de regeling van de fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Het systeem zal in lijn worden gebracht met het huidige systeem voor het privé-gebruik van de auto van de zaak. De bijtelling wordt gesteld op 7% van de waarde van de fiets;
  • de kleineondernemersregeling die geldt voor de btw, wijzigt per 1 januari 2020. Indien de omzet in een kalenderjaar (in Nederland) lager is dan EUR 20.000, dan kan er worden gekozen voor een btw-vrijstelling. De keuze geldt voor een periode van minimaal 3 jaar. Anders dan onder de huidige regeling kunnen ook rechtspersonen van de nieuwe regeling gebruik maken. Een btw-vrijstelling brengt met zich mee dat de btw op kosten (voorbelasting) niet kan worden teruggevraagd. De overgang van het verrichten van met btw belaste prestaties naar de btw-vrijstelling kan leiden tot de verschuldigdheid van herzienings-btw. Om per 1 januari 2020 gebruik te kunnen maken van de btw-vrijstelling, dient men zich uiterlijk 20 november 2019 hiervoor aan te melden bij de Belastingdienst.