Drie aandachtspunten voor begin 2018

01-02-2018

Voorlopige aanslag 2018 en de betalingskorting

Eind vorige maand heeft de Belastingdienst voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting 2018 opgelegd. De voorlopige aanslag wordt gebaseerd op inkomen van de voorgaande twee jaren. De voorlopige aanslag kan op twee manieren worden betaald:

  • in 11 gelijke maandelijkse termijnen;
  • in één keer: de Belastingdienst verleent dan een betalingskorting.

De betalingskorting is een rentevergoeding voor de periode dat de aanslag te vroeg wordt betaald. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de invorderingsrente. De invorderingsrente bedraagt momenteel 4%. Deze rente zal hoger zijn dan de rente die u over uw bank- of spaarsaldo ontvangt. Dit zou een overweging kunnen zijn om de voorlopige aanslag in één keer te voldoen.

Als u gebruik wilt maken van de betalingskorting, dan dient het volledige bedrag van de aanslag minus de betalingskorting uiterlijk op de eerste vervaldatum, te weten 28 februari 2018, te zijn bijgeschreven op de rekening van de Belastingdienst.

Het belang van een juiste voorlopige aanslag 2017          

Ook begin 2017 zijn voorlopige aanslagen inkomsten- en vennootschapsbelasting 2017 opgelegd. Indien er op de definitieve aanslag 2017 nog moet worden bijbetaald (en de voorlopige aanslag dus te laag was vastgesteld), dan zal vanaf 1 juli 2018 belastingrente in rekening worden gebracht over het bij te betalen bedrag. Voor de inkomstenbelasting wordt gerekend met een rente van 4%. Voor de vennootschapsbelasting maar liefst met een rente van 8%.

Indien vóór 1 mei 2018 een verzoek wordt gedaan tot wijziging van een voorlopige aanslag, zal deze in beginsel vóór 1 juli 2018 (datum aanvang mogelijke belastingrente) worden opgelegd.

Ter voorkoming van belastingrente nemen wij in maart onze cliëntendossiers door om, daar waar mogelijk, de juistheid van opgelegde voorlopige aanslagen 2017 te controleren. Het is voor ons echter onmogelijk alle voorlopige aanslagen juist vast te stellen, omdat wij vaak (nog) niet over alle gegevens beschikken. Daarom verzoeken wij onze cliënten (hierbij) dringend in maart contact met ons op te nemen indien het idee bestaat dat voorlopige aanslagen niet naar een juist bedrag zijn opgelegd.

WOZ-beschikking 2018

Binnenkort ontvangt u van de gemeente de WOZ-beschikking voor 2018 (waardepeildatum 1 januari 2017). De WOZ-waarde is een belangrijk gegeven voor diverse (fiscale) regelingen. Zo is de WOZ-waarde van belang voor het eigenwoningforfait in box 1 en voor de waardering van een tweede woning in box 3. Voor de schenk -en erfbelasting speelt de WOZ-waarde eveneens een rol. Bij ondernemingen geldt de WOZ-waarde als ijkpunt voor de mate waarin over het pand kan worden afgeschreven.

Controleer de WOZ-beschikking goed. Lijkt de WOZ-waarde te hoog, maak dan bezwaar binnen 6 weken na dagtekening van het aanslagbiljet.

Bij het aangaan van een nieuw rentecontract met de bank, kijkt de bank onder meer naar de hoogte van de WOZ-waarde. Een lagere WOZ-waarde kan dan juist nadelig zijn. Wij adviseren in dat geval een taxatierapport te laten opstellen. De kosten van het taxatierapport dat nodig is voor het aangaan van een nieuw rentecontract, is in beginsel aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting.

Indien de waarde van de woning is gestegen ten opzichte van het moment van aangaan van de hypothecaire lening, adviseren wij u om uw bank te verzoeken de risico-opslag op de hypothecaire lening te verminderen.